paperlog.punt.nl
home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | 5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht. punt.nl

 

over uitsmijters en nieuwe perspectieven
column | 24 Februari 2009 | 09:40:08
Over uitsmijters en nieuwe perspectieven.
 
Soms kun je een woord lezen en opeens bevangen raken door de schoonheid ervan. 'Bevangen' zou zo'n woord kunnen zijn. Of 'mussenflat', 'kniezen' of 'kieteltuin'. Stuk voor stuk woorden die tot de verbeelding spreken. 'Uitsmijter' is er ook zo één.  Een woord dat zowel de naam is van een niet te versmaden eiergerecht als voor de nachtportier. Het kán welhaast geen toeval zijn dat die twee zo verschillende dingen dezelfde naam hebben. Ik vermoed dat er hetzelfde is gebeurd als met het verschijnsel 'kapsalon' (een relatief nieuw gerecht op het snackmenu, bedacht door en vernoemd naar een kapper). De uitsmijters van weleer moeten zich vroeger flink en regelmatig te buiten zijn gegaan aan de gebakken eieren. Logisch, zo laat in de nacht moet het vooral makkelijk en vullend zijn. En iedereen met een beetje kroegervaring weet dat het meteen een goede remedie is tegen een kater. Ik heb me laten vertellen dat het uit een kroeg gegooid worden ook heel ontnuchterend werkt. Weer een linkje.
 
Bij mij zijn het vooral de nadorst momenten dat ik een uitsmijter het best waardeer. Optimist die ik ben, kan ik niet anders dan als een blok vallen voor die charmante uitdrukking van de Engelsen voor eieren met een hele dooier: "Sunny side up". De uitdrukking dan, dat zacht wegdruipende eierstruif is aan mij niet besteed.

 
Er is echter nóg een betekenis van het woord. 'Uitsmijter' verwijst ook naar een afsluitende act. U raadt het al: dit is mijn laatste column voor deze krant. Het is tijd voor vernieuwing en dus voor een nieuwe columnist. Als voorstander van beweging en verandering ben ik alvast benieuwd naar mijn opvolger en naar een nieuw perspectief op de stad. Ik zal het zondagse schrijfritueel echter wel gaan missen. Genieten vond ik het. Gek genoeg vormde het voor mij altijd een rustpunt in de week, ondanks die tikkende klok op mijn nek. Het zou mij niet verbazen als ik mezelf volgende week betrap met een krant en een laptop.   
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 126

5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht.

Den Haag is een knorrige hospita
Den-haag/Wonen | column | 22 Februari 2009 | 15:05:03
Den Haag
is een
knorrige
hospita
 
Zo 'connected' als nu hebben we nog nooit geleefd. Sociaal als we zijn ontvangen we allemaal met enige regelmaat een ander ook offline op visite. De overheid en gemeente Den Haag juichen dit toe. Er gaat niets boven menselijk contact. Zo lang het de spuigaten niet uitloopt natuurlijk. Om precies te zijn, als het niet boven de 165 uur per jaar uitkomt. He? Wat?! Wacht, ik leg het uit.
 
In de wijk van Scheveningen waar ik woon, is sinds 1 februari betaald parkeren ingesteld. Balen, maar kan gebeuren. Logisch, sinds IJsland moet er toch ergens geld binnen worden gehaald. En geld moét wel de drijfveer zijn, anders had iedere bewoner een gratis (bezoekers)pas gekregen. Maargoed, als het dan om geld gaat, is het inderdaad heel snugger om het maar meteen van 10 tot 24.00 (!) uur inclusief zon- en feestdagen in te voeren.
 
Qua parkeerdruk helpt het in ieder geval. Er is tegenwoordig regelmatig plek voor de deur. Qua sociale effecten gebeuren er wat rare dingen. Het systeem is ingewikkeld en niet seniorenproof en bezoek staat tegenwoordig op rantsoen. Er is immers maar 165 uur waarin je je gasten een beetje gastvrij kunt ontvangen: De teller op de bezoekerspas gaat niet verder. Je kunt namelijk geen extra uren bijkopen. Echt, het is alsof we met zijn allen weer bij zo'n ouderwetse knorrige hospita wonen die een ander zijn gezelligheid niet gunt. 
 
Hoe kan een stad die nota bene een campagne over gastvrijheid heeft lopen, haar bewoners in vredesnaam dicteren hoeveel visite je mag ontvangen? Genant gewoon. Nog een paar wijken meer met betaald parkeren en er zijn websites nodig voor een georganiseerde parkeerruil voor een bezoekje. Het kunnen kopen van extra uren zou het minste zijn. 
 
Maar gemeente: jullie kunnen het goedmaken. Vanaf volgend jaar een gratis (bezoekers)pas voor alle bewoners zeg ik. Tegen die tijd is de kas weer gespekt en dan gaat het tenminste weer om de parkeerdruk zoals alle briefjes zo mooi aangaven.
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 94


alle dagen kerst in het vredespaleis
Den-haag | column | 15 Februari 2009 | 14:48:07
alle dagen
kerst
in het
vredespaleis
 
"De volgende halte is: Vredespaleis." Er valt altijd zo'n veelzeggende stilte in die zin. Alsof een voorleesoma het nog nèt even spannender wil maken. Voor me zit een opa met twee kleinzoons.  
"Waar is het dan, dat Paleis van de Vrede?" wil één van de twee weten. Hij kan niet wachten en zit al met zijn neus tegen de ruit. Als het aan hem lag zou de tram op dit moment voor de voordeur stoppen, of liever nog, er dwars doorheen rijden. Helaas. "Ik weet het niet, misschien zo meteen," antwoordt zijn opa. "Kijk! Daar is het al!" Trots kijkt hij naar de verrukking op het jonge gelaat bij het zien van dit Belangrijke Gebouw. Zijn broertje moet ook delen in deze pracht. "Kijk nou!" presenteert de kleinere het paleis triomfantelijk. "Het lijkt wel een kerk," stelt de grotere, zijn onder-de-indruk-zijn de kop induwend. Hij wordt overstemd door een enthousiast ingezet "vrede op aarde". Even later zingen ze allebei vol overgave. Opa kijkt grinnikend toe. Zoveel enthousiastme had hij vast niet verwacht. "Vrede, dat is met Kerst!" roept de één. "Niet alleen met Kerst hoor," verzekert zijn opa. Daar moet even over nagedacht worden.
 
En gelukkig maar. Alleen voor hen die midden in een oorlog hebben gezeten, heeft het begrip vrede geen uitleg meer nodig. Paleis van de Vrede. Op één of de andere manier maakt die andere benaming me veel bewuster van de functie ervan. Want eigenlijk is het nogal wat. Een mondiaal symbool voor wereldvrede in onze stad. Hoe het er van binnen uitziet weet ik nog wel, indrukwekkend. Dat we het paleis te danken hebben aan de goede verstandhouding tussen Wilhelmina en het Russische vorstenhuis en het succes van de eerste Vredesconferentie, weet ik pas weer als ik het heb opgezocht. Misschien dat ze daar eens aan kunnen denken als eerstkomende Vredesmissie. Een conferentie.
 
 
 


 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 102


Ceci n'est pas mon père
Kinderen | column | 03 Februari 2009 | 11:11:54
Ceci n'est pas mon père
 
 
 
 
Die man in die rolstoel is mijn vader niet. Ceci n'est pas mon père. Mijn vader is een levensgenieter, een eigenwijze vrijbuiter, buitenman pur sang. Hard werken, veel genieten. Geen     binnenzitter met een zeer beperkte actieradius. 
Of toch?
 
 
De kracht die voorheen in zijn lijf zat, zit nu in het oneindige vermogen tot accepteren. Iedere tegenslag krijgt een plekje en wordt met schwung bedwongen. En geloof mij, het zijn er veel. Zelfs ik als rasoptimist kan niet anders dan daar een hartgrondige bewondering voor hebben. Ieder bezoekmoment en iedere meegebrachte lekkernij wordt ten volste genoten. Zijn gekoesterde vrijheid verplaatst zich naar iedere scherpe kwinkslag. Zijn mond doet nu het voetenwerk. Cynisme voegt daar nog eens wat bewegingsvrijheid aan toe. “Des Indes toch?” is het antwoord op de vraag of hij weet waar hij is, van een goedbedoelende neurospecialist. Nu kan je veel over ziekenhuis Leyenburg zeggen, maar niet dat het een mooie, luxe omgeving is waar je voor je plezier zit. Echt niet, en we hebben bijna alle etages ondertussen grondig kunnen testen. Sinds afgelopen zaterdag is het echter ook de plaats waar mijn vader definitief zijn rolstoel achter zich liet. En ons natuurlijk. Maar het was goed. Hij mocht. 
 
 
Een van zijn vaste contactpersonen in het ziekenhuis kwam afscheid nemen.  Hij vond dat we trots mochten zijn en had zich altijd afgevraagd wanneer ik eens over mijn vader zou schrijven. Nu dus. Ik mocht nooit. Mijn vader. Een bourgondisch stadsmens met een voorliefde voor de natuur. Hij importeerde zijn grote liefde zelfs van het Noord-Hollandse platteland en dat al jaren voordat dat het een hype op internet werd. Zelf kwam hij uit het hart van Den Haag, de Schilderswijk. Veel Haagser krijg je ze niet. Hoewel, zijn broer: mijn oom.. Die praat zo ongeveer in tegeltjes, heerlijk. Inmiddels heeft het Leyenburg ons, wellicht geinspireerd  door de Haagse Gastvrijheid campagne en Des Indes, nog een mooi afscheidcadeautje meegegeven. Het Noro virus. 
 
reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 285


achteruit kijken in de bus
Kunst | column | 03 Februari 2009 | 11:10:46
achteruit
kijken in
de bus
 
Een halte nadat ik ben ingestapt ontstaat er wat reuring in de bus. Het is heel klein: er staat niemand protesterend op, er worden geen stemmen verheven. In plaats daarvan is er een collectief geschuifel. Buiten de bus blijkt alles opeens héél interessant te zijn. Ik kijk waar de bron van dit onbeholpen misnoegen vandaan komt.
 
Voorin de bus staat een gebogen oude man met een boodschappentas. Aan de reacties te zien ruikt hij niet zo lekker. Ik herken hem als een wat zonderlinge kunstenaar, maar kom niet op zijn naam. Geamuseerd bekijk ik het schouwspel. De man lijkt te spelen met het effect dat hij op zijn argeloze busgenoten heeft. Ik mag dat wel.
Even later laat hij zich op de stoel naast mij neerzakken. "Fieret, Gerard Fieret, aangenaam." Ah. Op zijn hoed en schouders heeft hij wat aandenken van zijn geliefde duiven meegenomen. Heimwee, filosofeer ik. Fris ruiken doet het inderdaad niet. Het maakt de man niet minder interessant. Flirten blijkt hij niet verleerd te zijn. Terwijl hij in het museum zijn tachtigste verjaardag gaat vieren met een tentoonstelling, presenteert hij zich schaamteloos als 59-jarige. We kletsen tot mijn eindhalte in zicht komt.
 
Een week later stapt Fieret weer in. Ook nu ploft hij naast mij neer. Herkennen doet hij me niet. Zijn charmekraan staat echter weer aan. Deze keer knabbelt hij nóg een jaartje van zijn leeftijd af. Of ik weet dat hij in het gemeentemuseum exposeert. Hij vertelt me er alles over. Midden in zijn verhaal stopt hij opeens om te vragen of ik eens wil poseren. Ik bedank met een knipoog. Dan moet en zal ik een beschilderd bierviltje aannemen. "Als dank voor een fijne ontmoeting," zegt hij. Als ik uitstap bedenk ik dat het mooi is om mensen als Fieret te ontmoeten. Vrije geesten die inspireren met hun dwarse denken. Die bewijzen dat er altijd een keus is. Nu is hij er niet meer. Zijn werk ongetwijfeld des te meer.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 129


ode aan het portiek
Den-haag/Architectuur | column | 25 Januari 2009 | 16:20:59
Ode aan het portiek
 
Van de week fietste ik door de stad. Liefst probeer ik iedere keer weer een andere route uit. Als je om je heen kijkt is er altijd iets moois te zien. Je hoeft tenslotte niet te wachten tot je over iets struikelt. Opeens viel mijn oog op een portiek. En wat voor één! Een zijwaartse: de trap liep met de straatrichting mee. Zo één had ik er nog nooit gezien! Met een beetje fantasie zag je onmiddellijk de verwijzing naar die oude paleizen, waar twee trappen naar dezelfde etage leidden.
 
Deze bijzondere variant van het portiek deed me met vernieuwde nieuwsgierigheid naar de verschillende portieken op mijn pad kijken. En ze waren het kijken waard. Soms hele straten met dezelfde, soms elk portiek net een tikkeltje anders dan de ander. Andere keren was werkelijk iéder portiek weer compleet verschillend, met andere hoogtes, versieringen en materialen.
 
Voor mijn gevoel is het portiek een heel Haags verschijnsel. Ik ben er mee opgegroeid. Zelf ben ik fan van de open portieken. De kleintjes. Degenen die toegang geven aan twee tot vier woningen. Je hebt ze in de meest uiteenlopende stijlen, vaak ook nog voorzien van de meest fantastische siertegels. Mijn fotovangst telt ondertussen een flink aantal.
 
Een dergelijke toegang geeft een warm welkom naar de woning. Je staat immers al uit de wind en droog voordat je binnen bent. Je loopt je buren letterlijk tegen het lijf. Maar het is ook een warm welkom van de buitenwereld. Heel bescheiden ook, een keus in het voordeel van de gast. Binnen had toch wat meters groter kunnen zijn. Wat mij betreft verdient het portiek een eerherstel.
 
welkom

de omarming van een portiek

 

een warm welkom van moeke huis

 

hoe bescheiden

er had ook een extra kamer in

 

haar moederschoot gepast
je telt de treden en weet
ook op de tast
het thuishonk van je sleutel
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 120


Koning Winter en de rijdende kachel
column | 18 Januari 2009 | 15:49:12
Koning Winter
en de
rijdende
kachel
 
We liepen zwijgend over straat. Doelbewust. Bestemming: "bushalte". Je hoeft elkaar niet te kennen om dat soort dingen gewoon te weten. Zij aan de ene kant van de straat, ik aan de andere kant. Allebei goed ingepakt. De kou omarmt ons. Een goed bedoelde liefdesbetuiging gedoemd tot mislukken. De omarming is zo ongeveer zo ongewenst als de nabijheid van een stalker. Jassen, vesten, sjaals en handschoenen maken een straatverbod echter overbodig. De kou komt iedereen heel na, maar slaagt er niet in harten te veroveren.
 
Let wel, er wordt volop geflirt. Los wapperende jassen. Schaatsers. Wandelaars. Kinderen die wanten verliezen. De kou slaagt er grappig genoeg in meer mensen het huis uit te krijgen dan de doorsnee zomerdag. Een verrassende tegenstelling. Nestwarmte is doorgaans wat iedereen opzoekt. Behalve als het vriest. Als het ijs lonkt. Als de voetbalgekte achteloos achter in het schuurtje ligt, wachtend tot de kou weer opgeklaard is. Half Nederland staat 's morgens vloekend de ruiten te krabben, maar o wat verlangen we naar de Elfstedentocht. En waarom eigenlijk? Gezelligheid is veel dichterbij te vinden. Is het soms vanwege de magie van het moment? Weinig aanbod en dus veel vraag? Zijn het onze folkloristische roots? Een bevestiging van in ieder geval íets waarvan we weten dat het bij ons hoort? Een onbedwingbare neiging om te bewijzen dat we nog heus wel wat ontberingen aankunnen?
 
Hoe dan ook, de ijskoorts verspreidt zich nog sneller dan het gemiddelde vogelvirus. Geen stuk ijs zonder sporen meer te vinden. De Hofvijver maakt zowel ijsliefhebbers als bewakingsagenten gek. Schaatsers zijn ondanks afwezigheid door hun sporen misschien juist nog meer aanwezig. Op de vijvers van het gemeentemuseum wordt gehockeyd. Bij het Westbroekpark klaagt niemand over het rondje om de kerk. Rondjes worden tot uitputting aan toe geschaatst. Het Zuiderpark heeft zijn eigen opgespoten schaatsbaan. Zou ik ook een poging doen? Nog voor ik daar een antwoord op heb, hoor ik de bus aankomen. De rijdende kachel.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 139


van haags gebluf naar haags verbluffend
Den-haag | column | 12 Januari 2009 | 08:37:41
van Haags
gebluf naar
Haags
verbluffend  
 
Rotterdam is de uitgesproken architectuurstad hoor ik mensen wel eens zeggen. Wij hier in Den Haag staan 'in de kinderschoenen' van het bouwen met internationale allure. Right. Ik kan er alleen maar om grinniken. Alsof hoogbouw het enige is dat telt. Dacht het niet. Juist de keuze om -lekker eigen- niet al te hoog te laten bouwen maakt Den Haag tot een klasse apart. 'Maakte' moet ik natuurlijk zeggen, want we hebben ons inmiddels laten verleiden tot een ordinair wedstrijdje hoogbouw.    
 
Welke andere stad kan bogen op architectonische pareltjes als het Vredespaleis, het Kurhaus, De Bijenkorf en het Gemeentemuseum? Of nieuwere projecten zoals de Haagsche Bluf of de constructies over de snelweg in het Beatrixkwartier? Een stadhuis waarvan iedereen kan zien dat het een gedurfde keus is geweest?
Niet voor niets gaan de meeste rondleidingen door Den Haag gepaard met de nodige blikken omhoog, naar onvermoede gevels en panden. De renovatie van de Raad voor Rechtspraak aan de Kneuterdijk is voor mij het bewijs dat er heel veel internationale allure in onze gebouwen huist op een manier die bovendien oneindig meer cachet heeft dan de snelle winst van de goed zichtbare hoogbouw. Haagse architectuur zou moeten staan voor allure, voor eigenheid en durf, voor verrassend stijlvol. En dat betekent wat mij betreft ook het durven omarmen van typische elementen die misschien niet als mooi worden beschouwd. Ik heb goede moed dat het wanstaltige gebouw dat nu de Amerikaanse ambassade is, bewaard zal blijven maar een verrassende inhoud zal krijgen. Creativiteit en dus ook architectuur die uitblinkt in het omgaan met beperkingen. Die die beperkingen omzet in iets nieuws en waardevols. Het zijn juist de onregelmatigheden die een geheel - ook een stad- karakter geven. Dus laten we het nieuwe jaar beginnen met het schrappen van onze gemakzuchtige hoogbouw ambities. Laten we dat Haagse gebluf nu voor eens en altijd achter ons laten en gewoon gaan voor puur Haags verbluffend!  
 
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 120


dichterlijk Den Haag
column | 04 Januari 2009 | 22:01:24
De Haagse
aangeboren  
dichterlijk-
heid  
 
'Je ziet de dingen anders door ogen die gehuild hebben.' Een zin die blijft hangen. Poëzie op een onvermoede plek: De kerstrede van de koningin. Sommige uitspraken zou je in een doosje willen doen om ze nog eens terug te lezen. Dat proza op wel meer onvermoede plekken te vinden is, bewijst het boekje 'de Haagse Helicon'. Hierin vind je dichterlijke uitspraken die de laatste jaren het Binnenhof hebben aangedaan. Samengesteld uit alle notulen. Zo wordt menig politicus, wellicht onbedoeld, een dichter. Den Haag is wat mij betreft nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met woorden en taalkunsten. Van de kunst van het debatteren via koninklijke monologen naar ongekende historische schatten op roman- en dichtgebied. Van stadsdichter, naar Puur Gelul', van Crossing Border naar Dichter aan huis.. Zelfs onze banden met jazz en pop zijn niets anders dan muzikale verlengstukken van het Haagse dichterlijke bloed. Dat kruipt overal waar het gaan kan. De enthousiaste inzendingen voor de e.d.i.t. wedstrijd van deze krant onderschrijven dat van harte.  
 
Laatst vroeg iemand me of ik Den Haag echt goed kende. Ik bevond me op dat moment voor het eerst van mijn leven in dat wat de enige overgebleven destilleerderij van Den Haag bleek te zijn. 'Nee' moest dat antwoord dus natuurlijk luiden. Wie ben ik om te denken dat ik iets of iemand helemaal ken. En zeker in het geval van Den Haag is er zo overduidelijk nog veel te ontdekken. Nog steeds. Hele wijken, stukken geschiedenis, maar ook inhoud. Zo kwam een boekje van de hand van stadsgenoot Simon Carmiggelt me onder ogen. Ongelofelijk maar waar, de eerste keer dat ik hem bewust las. Nog geen twee dagen later verrastte de koningin me dus met haar dichterlijke zin. Het deed me realiseren dat - resessie of niet- pareltjes overal te vinden zijn, als je je ogen maar openhoudt. Nog een extra reden om die zin uit te scheuren en een plekje te geven en op zoek te gaan naar het volgende woordkunstevenement.
 
 
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 215


het zorgenkindje van de marktwerking
Gezondheid | column | 28 December 2008 | 18:08:13
het zorgen-
kindje
van de
marktwerking
 
Vandaag buiten de deur geluncht. Japans. Twee koppen jasmijnthee (eigenlijk vier want in theepot) en een mix van sushi en sashimi. Heerlijk. Daar mag je mij altijd op trakteren. Ik heb bijna alle Japanse restaurants in de stad ondertussen al wel geprobeerd. Toch was het vanmiddag even tobben. De oorspronkelijke bestemming op het Rabbijn Maarssenplein was namelijk niet open voor de lunch. Argh. Niet aan gedacht. Geen nood, alternatieven zijn er natuurlijk goed te verzinnen en zo streken we al snel neer bij Nori aan het Buitenhof. Marktwerking, zeg ik. Zoals het hoort.
 
Op maandagavonden is diezelfde marktwerking wat minder van toepassing in culinair Den Haag. Op de bonnefooi een restaurant vinden is als een soort Russisch roulette: afwachten of je er één vindt voor sluitingstijd. En natuurlijk zijn er vast genoeg eetgelegenheden wél open, een overzicht ervan bestaat echter niet. Gemiste kans voor de zaken die op maandagavond hun keukens en armen open hebben, daar gaat hun streepje voor op hun collega's. Jammer, maar helaas.
 
Het gesprek tijdens de lunch stipt de zorg aan. Het zorgenkindje van de Nederlandse marktwerking. Daar is de horeca echt helemaal niks bij. Laten we helder zijn: Ziekenhuizen doen niet moeilijk over maandagmiddag- of maandagavondsluitingstijden. Geen probleem. Het grote struikelblok is natuurlijk het weekend. Het aantal ziekenhuizen dat het weekend volop doordraait is op één hand te tellen. De echt gastvrije en goede ziekenhuizen zijn ook als naalden in de Hollandse hooiberg. Snapt u het?
 
Laten we wel zijn, als het om gezondheid gaat, is de service stiekem niet zo mobiel. En zonder alternatief geen marktwerking. Misschien is een ziekenhuis in Groningen wel beter, maar als je eenmaal in die ambulance ligt, ga je toch echt naar de dichtstbijzijnde. Kwestie van tijd en prioriteit. Misschien zouden alle directies eens een weekend verplicht in hun eigen ziekenhuis moeten liggen. Om, net zoals door met stokjes te eten, anders naar datgene wat op je bord ligt te gaan kijken.
 
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 152


Addtags

Home   weblog sinds: 2005-09-08

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl